Ook vrijwilligerswerk kan arbeidsrechtelijk de mist in gaan: non-profit organisaties opgelet! 

Veel non-profit organisaties leunen sterk op vrijwilligers: sportbonden, verenigingen, stichtingen en andere maatschappelijke organisaties kunnen zonder die inzet nauwelijks functioneren. Juist daarom is het verleidelijk om te denken dat de juridische kwalificatie van zulke samenwerkingen minder snel tot problemen leidt dan bij commerciële werkgevers. Een recent gewezen arrest van het Hof van Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2026:1246) laat echter zien dat dat een misverstand kan zijn. 

Wat speelde er? 

De scheidsrechter was jarenlang actief voor de KNLTB en had in 2017 een schriftelijke “Vrijwilligersovereenkomst arbitrage” ondertekend. Daarin stond onder meer dat hij vrijwilliger was, geen aanspraak had op beloning voor de werkzaamheden en slechts recht had op een dagvergoeding en onkostenvergoeding. Toen de KNLTB de relatie opzegde, stelde de scheidsrechter dat in werkelijkheid sprake was van een arbeidsovereenkomst en dat de opzegging daarom niet rechtsgeldig was. 

Het Hof onderzocht eerst het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610a BW en stelde vast dat de scheidsrechter in bepaalde periodes structureel arbeid tegen vergoeding had verricht. Dat leverde dus een vermoeden van arbeid op. Toch was dat niet doorslaggevend. Het Hof paste namelijk ook de holistische toets toe; de maatstaf zoals uiteengezet in het bekende Deliveroo-arrest.

Op papier waren er verschillende aanknopingspunten voor een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld omdat de scheidsrechters functioneerden binnen de organisatie van de KNLTB en reglementair waren ingebed in de arbitragepraktijk. Toch gaf één element de doorslag: de scheidsrechter had veel vrijheid om zelf te bepalen of hij beschikbaar wilde zijn. Hij kon zijn beschikbaarheid ook wijzigen of intrekken en de KNLTB kon hem niet dwingen om werkzaamheden te verrichten. Dat is volgens het hof wezenlijk onverenigbaar met een arbeidsovereenkomst, waarin de werknemer zich juist verbindt om arbeid te verrichten in dienst van de werkgever. Ook de beperkte vergoeding speelde mee: de dagvergoeding werd eerder passend geacht bij vrijwilligerswerk dan bij loon uit arbeid. De scheidsrechter verloor daarmee zijn beroep op herstel van de arbeidsovereenkomst. 

Wat betekent deze uitspraak voor uw non-profit organisatie? 

Voor non-profit organisaties is dit arrest relevant omdat het laat zien dat een non-profitstatus geen bescherming biedt tegen arbeidsrechtelijke discussies. Als de vrijwilligersrelatie kenmerken krijgt van structurele inzet, persoonlijke verplichting, aansturing en een vaste vergoeding, kan alsnog discussie ontstaan over de kwalificatie van de relatie.  

Belangrijk is vooral dat niet alleen naar de tekst van de overeenkomst wordt gekeken, maar naar de feitelijke uitvoering. Een vrijwilligerslabel helpt niet als de dagelijkse praktijk eerder op arbeid lijkt. Wie met vrijwilligers werkt, doet er daarom goed aan de afspraken, de vergoedingsstructuur en de mate van vrijheid periodiek te toetsen. Zorg dat vrijwilligers ook daadwerkelijk vrij blijven in hun inzet, dat vergoedingen beperkt en passend zijn en dat de organisatie niet zó veel grip uitoefent dat de relatie feitelijk een dienstverband wordt. Juist voor non-profits is dat essentieel, omdat hun afhankelijkheid van vaste krachten vaak groot is en de grens tussen vrijwilligerswerk en arbeid daardoor snel kan vervagen. 

Behoefte aan ondersteuning? 

De ondernemingsjuristen van The Legal Company adviseren en ondersteunen non-profit organisaties regelmatig over de juridische inrichting van vrijwilligersrelaties, arbeidsverhoudingen en de grens daartussen. Mocht u behoefte aan ondersteuning daarbij hebben, neem dan gerust contact op via info@thelegalcompany.nl of 020-3450152.  

Blog van onze ondernemingsrecht expert mr Niels Terlouw.