De grens tussen een digitaal werkplatform en een uitzendbureau wordt in de praktijk steeds vaker onderwerp van discussie. Voor organisaties die via apps of online platforms werkers inzetten is de kernvraag eenvoudig maar ingrijpend: gaat het echt om zelfstandige bemiddeling of is het juridisch gezien gewoon een klassieke flexconstructie in een modern jasje?
In hoger beroep oordeelde het Hof van Amsterdam op 16 juni 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:1612) dat bemiddelingsplatform Temper niet slechts een neutraal prikbord is, maar een actieve bemiddelaar van personeel. Daarmee kwalificeren de via het platform gesloten overeenkomsten als uitzendovereenkomsten, met alle arbeidsrechtelijke gevolgen van dien. Voor platforms, opdrachtgevers en organisaties die met vergelijkbare modellen werken, is dat een belangrijke en potentieel verstrekkende uitspraak. De uitspraak laat zien dat de rechter bij de kwalificatievraag vooral kijkt naar de feitelijke werking van het platform, en niet alleen naar de gekozen labels of technische inrichting.
Wat speelde er in deze zaak?
De zaak draaide om de vraag of Temper-werkers, door het platform zelf “FreeFlexers” genoemd, via Temper zelfstandig opdrachten verrichtten of dat sprake was van een uitzendrelatie. Temper koppelde werkers via een app aan opdrachtgevers voor onder meer horecawerk, schoonmaakwerk, receptiewerk en logistieke klussen. Vakbonden FNV en CNV stelden dat Temper feitelijk functioneerde als uitzendbureau en dat de werkers daarom aanspraak hadden op de arbeidsrechtelijke bescherming van de uitzend-cao.
De rechtbank Amsterdam volgde die redenering in 2024 nog niet, onder meer omdat Temper geen formeel loon uitbetaalde en opdrachtgevers de dagelijkse aansturing verzorgden. Het Hof kijkt in hoger beroep anders naar dezelfde praktijk. Volgens het Hof is beslissend dat Temper werkers werft, selecteert, toegang geeft tot klussen, kwaliteitseisen stelt, werkers kan weren en de voorwaarden van de samenwerking bepaalt. Dat zijn precies de kenmerken die het Hof relevant acht voor de kwalificatie als uitzendovereenkomst.
Ook het argument dat de betalingen via een factoringconstructie liepen, overtuigde het Hof allerminst. Op deze manier zouden de werkers namelijk geen debiteurenrisico lopen en dat is niet kenmerkend voor zelfstandig ondernemen. De conclusie is daarom dat Temper niet slechts bemiddelt, maar de beschikking heeft over de uitzendkrachten. De via het platform gesloten overeenkomsten zijn dus uitzendovereenkomsten en Temper moet als uitlener worden gezien.
Invloed uitspraak op de praktijk
Deze uitspraak is relevant voor veel platforms en bemiddelingsmodellen, omdat de rechter duidelijk maakt dat het etiket niet doorslaggevend is. Als een platform feitelijk werkers werft, selecteert, verdeelt, afschermt en aanstuurt via eigen spelregels, kan dat juridisch al snel als werkgeverschap worden uitgelegd. Voor de betrokken werkers betekent dat mogelijk recht op cao-toepassing, pensioenopbouw, loondoorbetaling bij ziekte en nabetalingen. Voor opdrachtgevers betekent het dat ook hun positie onder een dergelijk model opnieuw bekeken moet worden.
De les is daarmee breder dan Temper alleen: wie digitaal personeel organiseert, moet beseffen dat de rechters door deze constructie heen kijken. Platforms doen er daarom verstandig aan hun feitelijke rol, contracten en operationele sturing grondig te laten toetsen.
De ondernemingsjuristen van The Legal Company adviseren en ondersteunen organisaties regelmatig bij de inrichting en beoordeling van arbeidsrelaties, om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Heeft u zelf ondersteuning nodig daarbij? Neem gerust contact met ons op via info@thelegalcompany.nl of 020-3450152.
Blog van onze ondernemingsrecht expert mr Niels Terlouw.
