Recht op een vergoeding bij een gemaakte inbreuk op de AVG?

Het enkel overtreden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geeft geen recht op een vergoeding. Er moet óók sprake zijn van schade! Dit is wat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) heeft geoordeeld op 4 mei 2023. In deze uitspraak ging het over een schadevergoeding voor immateriële schade op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

De feiten van de uitspraak

De zaak gaat over de Österreichische Post die informatie over de politieke affiniteit van de Oostenrijkse bevolking verzamelt. Door middel van een algoritme, kan de Österreichische Post “doelgroepadressen” definiëren die aangeven in welke mate een bepaalde Oostenrijker waarschijnlijk affiniteit heeft met een bepaalde politieke partij.

De eiser in deze zaak was één van de getroffen Oostenrijkse burgers van wie was vastgesteld dat hij een sterke affiniteit had met een bepaalde Oostenrijkse politieke partij. Hij had niet ingestemd met de verwerking van zijn persoonsgegevens en voelde zich daarom boos en “groot ontdaan, het vertrouwen verloren en blootgesteld”. Als gevolg van de onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens, eiste hij een vergoeding van € 1000, – voor de geleden immateriële schade.

De zaak werd voorgelegd aan het Oostenrijkse Hooggerechtshof, dat twijfelde over de omvang van het recht op vergoeding dat de AVG biedt voor materiële of immateriële schade als gevolg van inbreuken op de AVG. Het Oostenrijkse Hooggerechtshof legde de volgende drie prejudiciële vragen voor aan het HvJEU:

  1. “Vereist de toekenning van schadevergoeding overeenkomstig artikel 82 [AVG] naast een inbreuk op de bepalingen van de AVG ook dat de eisende partij schade heeft geleden, of volstaat reeds de inbreuk op bepalingen van de AVG als zodanig voor de toekenning van schadevergoeding?”

Het HVJEU stelt dat het recht op schadevergoeding zoals vastgelegd in artikel 82 van de AVG moet voldoen aan de 3 volgende voorwaarden:

  1. Er moet sprake zijn van een inbreuk op de AVG;
  2. Deze inbreuk moet materiële of immateriële schade hebben veroorzaakt;
  3. Er moet een causaal verband worden vastgesteld tussen de inbreuk en de schade.

Deze voorwaarden hebben tot gevolg dat niet elke inbreuk op de AVG op zichzelf recht geeft op een schadevergoeding. Een inbreuk moet voldoen aan voorwaarde 1 en 2 om recht te geven op schadevergoeding.

  1. “Is de opvatting dat de toekenning van [een vergoeding voor] immateriële schade veronderstelt dat er sprake is van een effect of gevolg van de inbreuk dat op zijn minst van enig belang is en verder gaat dan de door de inbreuk ontstane ergernis, verenigbaar met het Unierecht?”

Het Hof oordeelt dat het recht op vergoeding niet beperkt is tot immateriële schade die een bepaalde drempel van ernst bereikt. Volgens het Hof ontbreekt een dergelijk vereiste in de AVG. De EU-wetgever hanteert heeft tevens een ruimte opvatting van ‘schade’.

  1. “Bestaan er voor de berekening van de schadevergoeding naast de beginselen van doeltreffendheid en gelijkwaardigheid andere Unierechtelijke bepalingen?”

Het Hof stelt dat de AVG geen specifieke regels bevat voor het beoordelen van de omvang van de schade. Daarom moeten de lidstaten hun eigen criteria vaststellen om de hoogte van de immateriële schadevergoeding te bepalen. De lidstaten moeten er echter wel voor zorgen dat deze criteria streven naar een volledige en daadwerkelijke vergoeding van de geleden schade.

Conclusie uitspraak


Duidelijk is geworden dat niet elke inbreuk op de AVG automatisch recht geeft op schadevergoeding. Indien wel recht bestaat op schadevergoeding, zal elke Europese lidstaat zelf criteria moeten vaststellen van het compensatiebedrag. Echter, deze criteria moeten te allen tijde voldoen aan de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid. Tot slot kan worden geconcludeerd dat er geen vereiste bestaat dat de geleden immateriële schade een bepaalde ernstdrempel moet overschrijden voor het recht op schadevergoeding.

 

Wat betekent dit voor u?


In deze zaak verdedigde het Oostenrijkse Hooggerechtshof het standpunt dat een drempel zou moeten worden ingevoerd voor immateriële schadeclaims als gevolg van inbreuken op de AVG. Het HvJEU ging hier niet in mee en bevestigde dat het mogelijk is om aansprakelijkheid vast te stellen voor vergoeding van immateriële schade als gevolg van een inbreuk op de AVG.

Deze uitspraak benadrukt het belang van de naleving van de AVG binnen alle Europese organisaties. Immers, niet-naleving kan leiden tot financiële sancties van toezichthoudende autoriteiten en nationale rechtbanken in de vorm van schadevergoeding.

Heeft u na het lezen van deze blog vragen over hoe u de blootstelling van uw organisatie aan een dergelijke aansprakelijkheid het beste kunt minimaliseren? Neem dan contact op met de ondernemingsjuristen van The Legal Company via 020 345 0152 of mail naar info@thelegalcompany.nl