In de precontractuele fase mogen partijen onderhandelingen in beginsel vrij afbreken. Die vrijheid kent echter grenzen. Het afbreken is onaanvaardbaar als de wederpartij, gelet op het gewekte vertrouwen en de omstandigheden, redelijkerwijs mocht verwachten dat een overeenkomst tot stand zou komen.
Een recente uitspraak laat zien dat die norm verder reikt dan het moment van afbreken alleen. Ook het gedrag tijdens de onderhandelingen kan onrechtmatig zijn. Opvallend: in deze zaak werd niet de afbrekende partij, maar juist de wederpartij aansprakelijk gehouden wegens een onredelijke onderhandelingsopstelling (waardoor er moest worden afgebroken door de ander).
Wat speelde er?
Twee softwarebedrijven in het sociale domein wilden samen gemeenten een geïntegreerd softwarepakket aanbieden. Zij schreven gezamenlijk in op aanbestedingen, met een afgesproken inkomstenverdeling van 70/30 maar zonder al een uitgewerkte samenwerkingsovereenkomst te tekenen. Na gunning van een grote opdracht startte de technische integratie maar nog steeds was er geen overeenkomst tussen de twee softwarebedrijven.
Partijen bevonden zich nog in de precontractuele fase, dat wil zeggen de fase vóór dat er een getekend contract is. In die fase gelden ook fatsoenregels kan het u niet altijd meer juridisch vrij staan om zo maar af te breken.
De twee partners onderhandelden over de samenwerkingsovereenkomst en een mogelijke overname door de ene partner van de software van de andere partner zodat alles in een hand kwam. Partijen bereikten helaas geen overeenstemming over essentiële punten, zoals:
- de verdeling van licentie-inkomsten;
- verantwoordelijkheden voor beheer en onderhoud.
Intussen had één der softwarepartners, de kleinere, al veel uren gemaakt ten behoeve van de aanbestedingsopdracht en vroeg per e-mail om zekerheid van de grotere partner aangezien deze de facturering deed richting de gemeente. De kleinere partner wilde tot € 100.000 aan werkzaamheden kunnen factureren aan de grotere partner. De grotere partner stemde expliciet in met die € 100.000,- , maar betaalde de factuur later niet.
De onderhandelingen liepen steeds stroever en liepen vast toen bleek dat de kleinere partner vergoedingen verlangde die hoger waren dan de licentie-inkomsten die gemeenten betaalden aan de grotere partner. Voor de grotere partner was voortzetting onder die voorwaarden financieel niet meer haalbaar. Toen de eisen niet werden aangepast door de kleinere partner, werden de onderhandelingen beëindigd door de grotere partner en werd een andere technische partner door haar ingeschakeld.
Wat oordeelde de rechter?
De rechtbank oordeelde dat geen samenwerkingsovereenkomst tot stand was gekomen. Over essentiële onderdelen was geen overeenstemming bereikt. Vorderingen gebaseerd op het bestaan van een samenwerking werden daarom afgewezen.
De factuur van € 100.000 moest wél worden betaald. De e-mailwisseling kwalificeerde als een zelfstandige en bindende afspraak, die ook gold als de samenwerking niet zou doorgaan.
Het afbreken van de onderhandelingen was echter niet onrechtmatig. De grotere partner kon niet langer gerechtvaardigd vertrouwen op contractsluiting, omdat de kleinere partner bleef vasthouden aan eisen die geen realistische verhouding hadden tot de financiële opbrengsten van het project.
Sterker nog: de rechtbank draaide de gebruikelijke benadering om. Niet de afbrekende partij, hier de grotere partner, maar juist de partij, de kleinere partner, die bleef aandringen op onredelijke voorwaarden, handelde onrechtmatig in de precontractuele fase en werd aansprakelijk geacht voor de schade van de andere partij.
Waarom is dit relevant voor u als ondernemer?
Bij afgebroken onderhandelingen ligt de aandacht vaak op de vraag of de partij die afbreekt schadeplichtig is, bijvoorbeeld voor gemaakte kosten of gederfde winst. Deze uitspraak laat echter zien dat de rechter het volledige onderhandelingsproces beoordeelt en uw rol en gedragingen bekijkt.
Niet alleen het moment van afbreken is relevant, maar ook het gedrag tijdens de onderhandelingen. Het blijven aandringen op onredelijke voorwaarden zullen dan als onrechtmatig worden aangemerkt.
In zo’n geval kan juist degene die blijft “door onderhandelen” maar de situatie op slot zet door onredelijke voorwaarden, aansprakelijk worden voor de schade van de andere partij. Wees u daarvan bewust bij het bepalen van uw onderhandelingsstrategie en het formuleren van uw eisen.
Wat kunt u hiervan leren?
- Leg essentiële afspraken tijdig vast: leg eerst de onderlinge samenwerking goed vast voordat u zich samen met een partner bindt aan (een aanbestedingsopdracht) van een derde. Zonder overeenstemming over kernpunten ontstaat geen samenwerkingscontract en dus ook geen recht op verwachte opbrengsten en winsten.
- Wees voorzichtig met tussentijdse toezeggingen: een akkoord per e-mail kan al een bindende afspraak zijn, zoals hier die facturering van werkzaamheden van € 100.000,-, los van het al dan niet doorgaan van de samenwerking.
- Onderhandel realistisch en redelijk: eisen die evident niet haalbaar zijn, kunnen worden aangemerkt als onredelijk onderhandelen waarvoor u aansprakelijk dan kan worden gehouden.
- Ga niet automatisch uit van “wie afbreekt, betaalt”: de rechter kijkt naar het totale gedrag van partijen en naar de vraag of vertrouwen op contractsluiting nog gerechtvaardigd was.
Hulp nodig?
Wilt u risico’s beperken in de precontractuele fase of zekerheid creëren tijdens onderhandelingen? De ondernemingsjuristen van The Legal Company denken graag met u mee. Neem gerust contact op via info@thelegalcompany.nl of bel 020-3450152.
