14 oktober 2026

Wtta 2027: nu aanmelden voor de overgangsregeling, of straks niet meer mogen uitlenen

Stelt u zich eens voor: u werkt al jaren met dezelfde zelfstandige. Hij stuurt facturen, factureert btw en heeft een eigen kvk-nummer. Toch krijgt u in 2026 ineens vragen van de Belastingdienst over de aard van uw samenwerking. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Met de inwerkingtreding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) per 1 januari 2027 geldt een wettelijke toelatingsplicht voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Vanaf die datum mogen alleen bedrijven met een toelating van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) personeel uitlenen, en mogen inleners uitsluitend nog samenwerken met toegelaten uitleners. 

De Wtta bouwt voort op de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en is voortgekomen uit het onderzoek van de Commissie Roemer naar de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten en malafide uitzendbureaus, met als doel het aanpakken van misstanden en de daaruit voortvloeiende oneerlijke concurrentie op de uitleenmarkt. De wet is in november 2025 door de Eerste Kamer aangenomen; de NAU is als toezichthouder al in maart 2026 opgericht. 

Deze eerste bijdrage in een reeks van twee gaat in op de overgangsregeling: wie zich wanneer moet aanmelden, wat de wettelijke uitzonderingen en de ontheffing inhouden, en welke toelatingseisen gelden. Deel twee gaat in op het normenkader en de lopende internetconsultatie over beloning. 

Aanmelding overgangsregeling: 1 november tot en met 31 december 2026

De Wtta biedt geen overgangstermijn in de klassieke zin. Wie zich niet tijdig voor de overgangsregeling actief heeft aangemeld, mag vanaf 1 januari 2027 feitelijk niet meer uitlenen, of inlenen bij een uitlener die zich niet heeft aangemeld voor deze regeling. Het aanmeldvenster loopt van 1 november tot en met 31 december 2026; enkel een tijdige aanmelding geeft het recht om te blijven uitlenen gedurende de beoordeling van de toelatingsaanvraag.  

Om u aan te melden voor de overgangsregeling heeft u nodig:  

  • eHerkenning niveau 3 of hoger; 
  • een Berichtenbox voor bedrijven. Heeft u al een Berichtenbox? Registreer de naam hiervan dan in het Handelsregister; 
  • controleer ook of uw KVK-gegevens in het Handelsregister juist en volledig zijn. De NAU haalt uw gegevens uit het Handelsregister. Zo hoeft u die niet apart door te geven. 

Bij de aanmelding levert u verder aan: 

  • uw verwachte totale jaaromzet over 2026; 
  • welke aanvraag u later verwacht te doen:  
    • toelating met Wtta-inspectierapport; 
    • voorlopige toelating; 
    • toelating met SNA-keurmerk;  
    • ontheffing. 

Er is nog géén VOG nodig om u aan te melden voor de overgangsregeling.  

Met dat venster dat binnen enkele weken opent, is een beoordeling van de eigen positie nu aangewezen. Aanmelden terwijl dat niet nodig is, plaatst de organisatie overigens direct op de radar van de NAU, dus eerst moet goed worden vastgesteld of de toelatingsplicht, een uitzondering, of de ontheffing van toepassing is. 

Als u zich heeft aangemeld voor de overgangsregeling, wordt uw onderneming opgenomen in het openbare register van de NAU. Zo kunnen inleners controleren of u tijdens de overgangsregeling wel werknemers mag uitlenen.  

Wanneer bent u uitlener?

De Wtta hanteert drie cumulatieve criteria: een werknemer wordt beschikbaar gesteld aan een ander bedrijf, daarvoor wordt een vergoeding ontvangen, en de werknemer werkt onder leiding en toezicht van dat andere bedrijf. Is aan deze drie elementen voldaan, dan is sprake van terbeschikkingstelling, ongeacht het (contractuele) label dat partijen aan de relatie hebben gegeven. Dit raakt niet alleen uitzendbureaus, maar ook detacheerders, payrollbedrijven en stichtingen die personeel uitlenen, en geldt zowel als hoofdactiviteit als wanneer uitlenen slechts een nevenactiviteit is.

Enkele groepen vragen bijzondere aandacht. Bedrijven die zzp’ers plaatsen, die zelfstandig bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd, hebben waarschijnlijk geen toelating nodig. Maar zodra de opdrachtgever in de praktijk toch leidinggeeft en toezicht houdt, kan de Nederlandse Arbeidsinspectie dit alsnog als uitlenen kwalificeren, met een boeterisico voor beide partijen. Hetzelfde geldt voor de DGA die via de eigen bv onder leiding en toezicht van een opdrachtgever werkt. Ook buitenlandse bedrijven die werknemers in Nederland bij een inlener laten werken, vallen onder de toelatingsplicht, met als enige aanpassing dat de VOG-verplichting alleen geldt voor zover een Nederlandse bestuurder bij het bedrijf werkzaam is. De VOG-verplichting wordt hieronder nog toegelicht.  

Wanneer is geen toelating nodig?

Bij het aannemen of uitbesteden van werk is geen sprake van uitlenen: de werknemers blijven onder leiding en toezicht van hun eigen werkgever, en de opdrachtgever bepaalt alleen wat er moet gebeuren, niet hoe. Dit is een kwalificatievraag, geen uitzondering in formele zin. 

Daarnaast gelden twee wettelijke uitzonderingen die van rechtswege werken, zonder aanvraag of beschikking. De eerste is collegiale uitlening: een eigen werknemer wordt tijdelijk bij een ander bedrijf te werk gesteld zonder winstoogmerk, waarbij geen winst of opslag in rekening wordt gebracht en dit duidelijk uit de administratie blijkt. De tweede is uitlening tussen dochterbedrijven binnen hetzelfde concern, omdat uitlener en inlener dan deel zijn van hetzelfde bedrijf. Verder geldt de wet niet voor een beperkt aantal sectoren: overheidsorganisaties en rechtspersonen die mensen met een arbeidsbeperking werk bieden, beroepsopleidingsstichtingen die bbl-studenten bij erkende leerbedrijven laten werken, en vergunning houdende beveiligingsbedrijven en recherchebureaus. 

De ontheffingsmogelijkheid

Voor ondernemingen die niet onder een wettelijke uitzondering vallen, maar voor wie uitlenen slechts een zeer beperkte nevenactiviteit is, voorziet de wet in een ontheffing op de toelatingsplicht. Anders dan de wettelijke uitzonderingen ontstaat de ontheffing niet van rechtswege: zij moet digitaal bij de NAU worden aangevraagd en wordt bij afzonderlijke beschikking verleend, van 1 mei tot en met 30 juni 2027. De voorwaarden zijn cumulatief: de omzet uit uitlenen is minder dan 10% van de totale omzet en bedraagt niet meer dan €5.000.000 per jaar, in de voorafgaande twaalf maanden is conform de wet loon betaald, en de onderneming is niet gericht op professioneel uitlenen. 

Omdat de ontheffing niet eerder dan 1 mei 2027 kan worden aangevraagd, biedt een verwacht succesvol beroep daarop geen vrijstelling van de verplichting om zich, voor de tussenliggende periode, tijdig voor de overgangsregeling aan te melden. Ook organisaties die (vermoedelijk) voor een ontheffing in aanmerking komen, kunnen zich dus het beste vóór 31 december 2026 aanmelden voor de overgangsregeling, tenzij zij zich op een wettelijke uitzondering kunnen beroepen.  

Toelatingseisen voor de definitieve toelating

Wie een toelating bij de NAU nodig heeft, doet er goed aan de bedrijfsvoering nu al op orde te brengen: inschrijving bij de KvK, naleving van arbeids- en belastingregels, informeren van werknemers en inleners, een deugdelijke personeelsadministratie, waar van toepassing veilige huisvesting, en medewerking aan inspecties. Pas daarna is aanmelding voor de overgangsregeling aan de orde; de definitieve toelating wordt vervolgens aangevraagd van 1 mei tot en met 30 juni 2027. 

Voor de toelating gelden vier eisen. Ten eerste moet worden voldaan aan het normenkader, te controleren door een aangewezen inspectie-instelling en vast te leggen in een inspectierapport; het normenkader sluit aan bij bestaande normen zoals de NEN 4400 en het SNA-keurmerk en toetst onder meer loonheffingen, omzetbelasting, identificatie van arbeidskrachten en de loonadministratie.  

Let op: het normenkader is momenteel in internetconsultatie: deel twee van deze reeks gaat hier verder op in.  

Ten tweede is een Verklaring Omtrent het Gedrag vereist (VOG RP voor rechtspersonen, VOG NP voor natuurlijke personen), waarbij een nieuwe bestuurder bij een bestuurderswissel onverwijld zelf een nieuwe VOG moet aanvragen en toezenden aan de NAU.  

Ten derde is een waarborgsom van €100.000 verschuldigd (€50.000 voor startende uitleners, aan te vullen tot €100.000 bij de definitieve toelating na zes maanden) aan de NAU.  In sommige gevallen is helemaal geen waarborgsom verschuldigd, en gezien de omvang van het bedrag is het raadzaam dit vooraf te laten beoordelen.  

De waarborgsom wordt vier jaar aangehouden en komt pas daarna vrij, mits gedurende die periode onafgebroken een geldige toelating is gehouden, aantoonbaar is uitgeleend, en niets is aangesproken door de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst. Daarnaast, bij meerdere uitlenende entiteiten binnen een concern moet de waarborgsom per entiteit worden gestort.  

Ten vierde is een jaarlijkse vergoeding (leges) van maximaal €3.611 verschuldigd. Er zal worden gedifferentieerd naar het groot-, midden- en kleinbedrijf, waarvoor de omzet kan worden aangetoond met bijvoorbeeld een gecontroleerde jaarrekening of de btw-aangifte. 

Voor startende uitleners is een voorlopige toelating beschikbaar, geldig voor zes maanden met één eenmalige verlengingsmogelijkheid van nogmaals maximaal zes maanden. In die periode is geen inspectierapport nodig is; wel zijn een VOG, de (gedeeltelijke) waarborgsom en naleving van het normenkader vereist. 

Handhaving en sanctierisico

Het niet naleven van de toelatingsplicht kan worden beboet: de Arbeidsinspectie kan boetes opleggen tot € 90.000,-, zowel aan de uitlener als aan de inlener die zaken doet met een niet-toegelaten uitlener. De actieve handhaving start per 1 januari 2028, maar dat laat de eerdere deadlines onverlet: het aanmeldvenster loopt tot 31 december 2026, de definitieve toelating moet tussen 1 mei en 30 juni 2027 worden aangevraagd, en per 1 juli 2027 is de NAU volledig operationeel met een openbaar toelatingsregister. Inleners doen er goed aan zelf te controleren of een uitlener over een toelating of ontheffing beschikt. Daarnaast geldt een registratieverplichting voor beide partijen, en het ontbreken daarvan kan bij een latere herkwalificatie (bijvoorbeeld van zzp’ers als uitgezonden werknemers) zelfstandig tot een boete leiden. 

Conclusie en vooruitblik

De Wtta introduceert per 1 januari 2027 een toelatingsplicht waarvan de reikwijdte, de uitzonderingen, de ontheffing en de toelatingseisen elk een zorgvuldige beoordeling vergen.  

Wie niet uiterlijk 31 december 2026 een beroep heeft gedaan op de overgangsregeling, loopt vanaf 1 januari 2027 het risico niet meer te mogen uitlenen of inlenen, met een sanctierisico per 1 januari 2028 tot € 90.000 per overtreding voor beide partijen. Nu het aanmeldvenster binnen enkele weken opent, is een beoordeling van de eigen contract- en praktijkstructuren en de haalbaarheid van een uitzondering of ontheffing op dit moment aangewezen. 

In deel twee van deze reeks wordt ingezoomd op het normenkader zelf, met in het bijzonder de lopende internetconsultatie over de uitbreiding van de beloningseisen en de samenhang met de Wet meer zekerheid flexwerkers. Wij houden u uiteraard op de hoogte over de ontwikkelingen rondom de Wtta. 

Heeft u vragen over de kwalificatie van uw contractstructuren, over de haalbaarheid van een beroep op de ontheffing, of wilt u ondersteuning bij de aanmelding voor de overgangsregeling of de toelatingsaanvraag? Neem gerust contact op met de ondernemingsjuristen van The Legal Company via info@thelegalcompany.nl of 020 345 0152.

Blog van onze ondernemingsjurist mr. Bente Brouwer.

 

De afgelopen jaren stonden in het teken van de Wet VBAR, het wetsvoorstel dat een einde moest maken aan onduidelijkheid over de zzp’er. Het kabinet heeft delen van dat voorstel inmiddels geschrapt. Op het eerste gezicht is dat goed nieuws: minder regels, minder administratieve last. Maar in de praktijk blijven dezelfde toetsen overeind.

“De inhoud van de samenwerking is leidend, niet wat er op papier staat.”

De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. En recente uitspraken van de Hoge Raad bevestigen dat rechters strikt toetsen of er sprake is van ondergeschiktheid en gezagsverhouding.

Voor uw praktijk betekent dit drie dingen. Een: leg de samenwerking duidelijk vast, met aandacht voor de inhoud. Twee: voorkom dat een zzp’er feitelijk werkt als werknemer. Drie: wees voorbereid op een controle, en weet hoe u de relatie kunt herzien als dat moet.

Heeft u vragen over uw concrete situatie? Wij sparren dagelijks met opdrachtgevers over hun zzp-relaties. Vraag een offerte op of bekijk onze Legal Safe abonnementen.

mr. Hella Vercammen
mr. Puck de Jong
mr. Bente Brouwer
mr. Niels Terlouw

Verder lezen