14 oktober 2026

De Zelfstandigenwet komt eraan: wat betekent dit voor opdrachtgevers?  

Stelt u zich eens voor: u werkt al jaren met dezelfde zelfstandige. Hij stuurt facturen, factureert btw en heeft een eigen kvk-nummer. Toch krijgt u in 2026 ineens vragen van de Belastingdienst over de aard van uw samenwerking. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Als het aan minister Aartsen ligt, betekent de Zelfstandigenwet meer duidelijkheid voor opdrachtgevers over het inhuren van zzp’ers. Maar tot die tijd blijft het huidige juridische kader van kracht. En vanaf 2027 wordt de handhaving ook nog eens verder aangescherpt. Wat moet u als opdrachtgever nu weten en doen?

Het kabinet wil met de nieuwe Zelfstandigenwet meer duidelijkheid creëren over de vraag wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt en wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het wetsvoorstel moet opdrachtgevers meer zekerheid bieden bij het inhuren van zzp’ers en tegelijkertijd schijnzelfstandigheid tegengaan.

Waarom komt er een Zelfstandigenwet?

De kwalificatie van arbeidsrelaties houdt opdrachtgevers en zelfstandigen al jaren bezig. De bestaande wetgeving en rechtspraak bieden niet altijd de duidelijkheid waar de praktijk behoefte aan heeft. Hierdoor zijn sommige organisaties terughoudender geworden met het inhuren van zelfstandigen, ook wanneer zij daadwerkelijk als ondernemer werken.

De Zelfstandigenwet beoogt hierin verandering te brengen, aldus minister Aartsen. Het wetsvoorstel introduceert concrete criteria waarmee opdrachtgevers en zelfstandigen vooraf kunnen beoordelen of een samenwerking binnen het wettelijke kader voor zelfstandig ondernemerschap past. Wie aan alle criteria voldoet en in de praktijk ook overeenkomstig werkt, kan gebruikmaken van een zogenoemde ‘’veilige haven’’. Vooraf is dan duidelijk dat er gewerkt kan worden met en als zelfstandige, zonder risico op naheffingen of boetes vanwege schijnzelfstandigheid.

Hoe werkt de Zelfstandigenwet?

Het wetsvoorstel bestaat uit twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Beide toetsen moeten met succes worden doorlopen om gebruik te kunnen maken van de veilige haven.

De zelfstandigentoets beoordeelt of iemand zich daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer gedraagt. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de zakelijke basis van de onderneming, het aantal opdrachtgevers en de voorzieningen die de zelfstandige heeft getroffen voor ondernemersrisico’s, zoals arbeidsongeschiktheid en pensioen.

De werkrelatietoets richt zich op de concrete opdracht. Hierbij wordt beoordeeld of de zelfstandige voldoende vrijheid heeft om het werk zelf te organiseren, te bepalen hoe en wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd en voor eigen rekening en risico te werken. Ook de bedoeling van partijen om buiten een arbeidsovereenkomst samen te werken, speelt een rol.

Voldoen beide partijen aan alle criteria en komt de feitelijke uitvoering daarmee overeen, dan ontstaat de beoogde veilige haven. Het gaat nadrukkelijk om alle criteria: het niet voldoen aan één criterium betekent dat deze zekerheid niet kan worden ingeroepen. Dat betekent overigens niet automatisch dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval moet de arbeidsrelatie worden beoordeeld aan de hand van het reguliere juridische kader.

Zelfstandigenwet: codificatie van bestaande rechtspraak

Hoewel de Zelfstandigenwet op zijn vroegst op 1 januari 2028 in werking treedt, is het onverstandig om tot dat moment af te wachten. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid. In 2026 geldt nog een gedeeltelijke zachte landing, waarbij verzuimboetes in beginsel achterwege blijven, maar vergrijpboetes en naheffingen wel mogelijk zijn.

Per 1 januari 2027 vervalt ook deze resterende versoepeling.

De Belastingdienst kan dan ook verzuimboetes opleggen. Daarnaast kunnen correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen volgen wanneer achteraf blijkt dat feitelijk sprake was van een dienstbetrekking. Tot slot maakt het bedrijfsbezoek plaats voor een boekenonderzoek. In andere woorden: opdrachtgevers krijgen in 2027 niet langer alleen een tik op de vingers.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat zij niet alleen rekening moeten houden met de toekomstige Zelfstandigenwet, maar vooral nu moeten zorgen dat hun bestaande samenwerkingen juridisch houdbaar zijn. Een overeenkomst van opdracht biedt immers geen bescherming wanneer de feitelijke uitvoering wijst op een arbeidsovereenkomst. Aan andere kant moet ook voorkomen worden dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Onder het huidige juridische kader is het nog altijd mogelijk om met zzp’ers te werken, met de juiste inrichting en afspraken.

Zelfstandigenwet ter internetconsultatie

Het conceptwetsvoorstel is op 1 oktober 2026 ter internetconsultatie gepubliceerd. Reageren kan tot en met 29 oktober 2026. Daarna volgen onder meer verdere uitwerking, advisering en parlementaire behandeling. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028, op zijn vroegst.

Wat kunt u als opdrachtgever nu doen?

Wacht niet tot de Zelfstandigenwet in werking treedt. Breng uw huidige zzp-contracten en samenwerkingen in kaart en beoordeel of de gekozen contractvorm aansluit bij de dagelijkse praktijk. Kijk daarbij niet alleen naar de overeenkomst, maar ook naar de mate van zelfstandigheid, de aansturing, de vrijheid bij de uitvoering en de verdeling van financiële risico’s.

Twijfelt u of uw organisatie op een juridisch verantwoorde manier met zzp’ers samenwerkt? The Legal Company helpt u bij het beoordelen van bestaande arbeidsrelaties, het identificeren van risico’s en het aanpassen van overeenkomsten en werkafspraken waar nodig. Zo kunt u tijdig maatregelen nemen en voorkomt u dat u pas in actie komt wanneer de Belastingdienst vragen stelt. Neem gerust contact op via info@thelegalcompany.nl of 020-3450152.

Blog van ondernemingsjurist mr. Niels Terlouw.

 

De afgelopen jaren stonden in het teken van de Wet VBAR, het wetsvoorstel dat een einde moest maken aan onduidelijkheid over de zzp’er. Het kabinet heeft delen van dat voorstel inmiddels geschrapt. Op het eerste gezicht is dat goed nieuws: minder regels, minder administratieve last. Maar in de praktijk blijven dezelfde toetsen overeind.

“De inhoud van de samenwerking is leidend, niet wat er op papier staat.”

De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. En recente uitspraken van de Hoge Raad bevestigen dat rechters strikt toetsen of er sprake is van ondergeschiktheid en gezagsverhouding.

Voor uw praktijk betekent dit drie dingen. Een: leg de samenwerking duidelijk vast, met aandacht voor de inhoud. Twee: voorkom dat een zzp’er feitelijk werkt als werknemer. Drie: wees voorbereid op een controle, en weet hoe u de relatie kunt herzien als dat moet.

Heeft u vragen over uw concrete situatie? Wij sparren dagelijks met opdrachtgevers over hun zzp-relaties. Vraag een offerte op of bekijk onze Legal Safe abonnementen.

mr. Hella Vercammen
mr. Puck de Jong
mr. Bente Brouwer
mr. Niels Terlouw

Verder lezen