14 oktober 2026

Voortijdig stoppen met uw franchise: wanneer mag dat en wat zijn de financiële gevolgen? 

Stelt u zich eens voor: u werkt al jaren met dezelfde zelfstandige. Hij stuurt facturen, factureert btw en heeft een eigen kvk-nummer. Toch krijgt u in 2026 ineens vragen van de Belastingdienst over de aard van uw samenwerking. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Een franchisevestiging loopt niet altijd zoals verwacht. Misschien vallen de inkomsten tegen, blijkt de werkdruk hoger dan verwacht of haalt u als ondernemer minder plezier uit uw onderneming dan gehoopt. Dan kan de wens ontstaan om de franchise eerder te beëindigen. Maar wat als uw franchisecontract nog jaren doorloopt? Kunt u dan zomaar stoppen of bent u verplicht de onderneming voort te zetten? En welke financiële gevolgen heeft een voortijdige beëindiging? Twee recente rechterlijke uitspraken geven inzicht in deze vragen.  

Stoppen kan niet zomaar 

Als ondernemer bent u in beginsel vrij om te besluiten uw onderneming te beëindigen. De praktijk leert echter dat dit bij franchiseovereenkomsten anders kan liggen. Stoppen met uw franchiseonderneming betekent namelijk niet automatisch dat u ook van uw franchiseovereenkomst af bent. U blijft in beginsel gebonden aan de afspraken in uw contract. 

Veel franchiseovereenkomsten bevatten een exploitatieverplichting. Daarmee verplicht u zich tegenover uw franchisegever om de franchisevestiging gedurende de looptijd van de overeenkomst daadwerkelijk te exploiteren volgens de afgesproken voorwaarden. U kunt de exploitatie dus niet zomaar eenzijdig geheel of gedeeltelijk staken. 

Doet u dat toch zonder contractuele of wettelijke grond, dan kan sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst. De franchisegever kan u daarop aanspreken en mogelijk schadevergoeding en contractuele boetes vorderen. 

Tegenvallende resultaten zijn niet genoeg 

In een recente zaak was dit ook aan de orde (ECLI:NL:RBLIM:2026:9708). De franchisenemer wilde na ongeveer een jaar stoppen met de franchise. De onderneming leverde weinig werkplezier meer op en de nettowinst bedroeg slechts € 5.052,50. De franchisenemer stelde dat de onderneming verlieslatend was en dat voortzetting niet haalbaar was, omdat zij haar betalingsverplichtingen niet meer kon nakomen. De franchisegever betwistte dit en stapte naar de rechter om voortzetting van de exploitatie af te dwingen. 

De rechtbank stelde voorop dat tegenvallende bedrijfsresultaten in beginsel voor rekening en risico van de franchisenemer kwamen. Dat past bij het uitgangspunt dat een franchisenemer de onderneming voor eigen rekening en risico exploiteert. Dit betekent echter niet dat een exploitatieverplichting onder alle omstandigheden onbeperkt afdwingbaar is. Als voortzetting aantoonbaar tot aanzienlijke verliezen leidt, kan het belang van de franchisenemer bij beëindiging zwaarder wegen. 

In deze zaak was dat niet het geval. De franchisenemer had de gestelde verlieslatendheid en betalingsproblemen niet met financiële stukken onderbouwd. Uit de stukken die de franchisegever overlegde, bleek juist dat de onderneming een positief resultaat behaalde. Dat resultaat was weliswaar gering, maar nog steeds positief. Daarom besloot de rechter dat de franchisenemer de onderneming toch voort diende te zetten, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag. 

Schadevergoeding bij ongeoorloofd stoppen  

Wat zijn de gevolgen als u als franchisenemer toch stopt met de exploitatie, zonder dat u daartoe bevoegd bent? Die vraag stond centraal in een recente zaak bij de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2026:6444). 

In deze zaak ging het om een rijschoolfranchise waarbij de franchisenemer voortijdig stopte met het geven van rijlessen, terwijl dit volgens de franchiseovereenkomst niet was toegestaan. De franchisegever ontbond de franchiseovereenkomst en vorderde € 86.950,- aan gemiste franchise fees en € 60.000,- aan contractuele boetes wegens het niet tijdig teruggeven van lesmaterialen na beëindiging.  

De rechter wees uiteindelijk € 36.900,- aan schadevergoeding toe. Daarbij speelden verschillende factoren een rol: 

  • Niet alle gemiste franchise fees zijn schade. De franchisegever had onvoldoende onderbouwd dat zij gedurende de volledige resterende contractperiode aanspraak kon maken op de gemiste fees. 
  • Bespaarde kosten moeten worden afgetrokken. De franchisegever bespaarde door de beëindiging € 14.000 aan kosten. Dit bedrag werd in mindering gebracht op de schadevergoeding. 
  • Een vervangende franchisenemer beperkt de schade. De franchisegever had per 1 september 2026 een nieuwe franchisenemer in hetzelfde gebied aangesteld. De schade wegens gemiste franchise fees werd daarom slechts tot die datum toegewezen. 
  • Kosten voor vervanging kunnen wel voor vergoeding in aanmerking komen. De € 6.500 aan kosten voor het aantrekken en opstarten van de vervangende franchisenemer werd toegewezen. 

 

De franchisegever kreeg ook niet de gevorderde contractuele boetes voor het te laat teruggeven van de lesmaterialen. De rechter oordeelde dat het beroep op het boetebeding in deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. De franchisegever had niet onderbouwd welk concreet nadeel zij door de te late teruggave = had geleden en bovendien was de franchisenemer al gestopt met het geven van rijlessen. 

Wat betekenen deze uitspraken voor u? 

De uitspraken laten zien dat u niet zomaar onder uw franchiseovereenkomst uit kunt komen. Tegenvallende resultaten of minder werkplezier zijn op zichzelf onvoldoende om de exploitatie te staken. Wilt u aanvoeren dat voortzetting financieel niet haalbaar is, dan moet u dit met concrete financiële gegevens onderbouwen. 

Denk daarom bij het aangaan van een franchiseovereenkomst goed na over de mogelijkheden om de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Maak duidelijke afspraken over de beëindigingsmogelijkheden, de afwikkeling van de samenwerking, eventuele schadevergoeding en contractuele boetes. 

Bent u al gestopt of heeft uw franchisegever een schadeclaim ingediend? Dan is het belangrijk om die claim kritisch te laten beoordelen. De franchisegever kan niet zonder meer alle franchise fees over de resterende contractperiode opeisen. Ook bespaarde kosten, inkomsten uit een vervangende franchisenemer en eventuele extra kosten spelen een rol bij de berekening van de schade. Daarnaast kan een beroep op een contractueel boetebeding onder bepaalde omstandigheden onaanvaardbaar zijn.  

Voorkom verrassingen bij het beëindigen van uw franchise 

Overweegt u uw franchiseovereenkomst voortijdig te beëindigen of wilt u weten welke risico’s uw contract met zich meebrengt? Laat uw franchiseovereenkomst dan juridisch toetsen. De ondernemingsjuristen van The Legal Company ondersteunen u hier graag bij. Neem gerust contact met ons op via info@thelegalcompany.nl of bel naar 020 345 0152. 

Blog van ondernemingsjurist mr. Puck de Jong.

De afgelopen jaren stonden in het teken van de Wet VBAR, het wetsvoorstel dat een einde moest maken aan onduidelijkheid over de zzp’er. Het kabinet heeft delen van dat voorstel inmiddels geschrapt. Op het eerste gezicht is dat goed nieuws: minder regels, minder administratieve last. Maar in de praktijk blijven dezelfde toetsen overeind.

“De inhoud van de samenwerking is leidend, niet wat er op papier staat.”

De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. En recente uitspraken van de Hoge Raad bevestigen dat rechters strikt toetsen of er sprake is van ondergeschiktheid en gezagsverhouding.

Voor uw praktijk betekent dit drie dingen. Een: leg de samenwerking duidelijk vast, met aandacht voor de inhoud. Twee: voorkom dat een zzp’er feitelijk werkt als werknemer. Drie: wees voorbereid op een controle, en weet hoe u de relatie kunt herzien als dat moet.

Heeft u vragen over uw concrete situatie? Wij sparren dagelijks met opdrachtgevers over hun zzp-relaties. Vraag een offerte op of bekijk onze Legal Safe abonnementen.

mr. Hella Vercammen
mr. Puck de Jong
mr. Bente Brouwer
mr. Niels Terlouw

Verder lezen