Ze nam bossen bloemen mee naar kantoor, trakteerde collega’s op lunches bij verjaardagen en deed mee aan de kerstviering. Ze had een zakelijk e-mailadres, een toegangspas en een laptop van de zaak. En toch was ze geen werknemer. Tenminste, dat was het oordeel van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 2 juli 2026 in een bijzondere zaak tussen tandartsconcern Clinias Dental Group B.V. (CDG), en een zelfstandig juriste die voor het bedrijf werkte als Legal Counsel.
In de lente van 2024 liepen de partijen vast. CDG wilde haar in vaste dienst nemen, maar de onderhandelingen strandden op het salaris. Zij zegde haar opdracht op per 1 september 2024. Wat volgde was een patstelling: de juriste stuurde een slotfactuur van bijna
€ 17.000,- maar leverde haar laptop en toegangspas niet in. CDG beriep zich op een boeteclausule van € 50,- per dag zonder maximum, die opliep tot bijna € 48.000,- voor een laptop met een restwaarde van circa € 400,-. Daarop stapte de juriste naar de rechter en vorderde een arbeidsovereenkomst.
Het oordeel van de rechtbank: geen arbeidsovereenkomst
De rechtbank paste de maatstaf van het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad toe. Die norm houdt in dat niet de naam of het etiket van een overeenkomst doorslaggevend is, maar de feitelijke manier waarop partijen met elkaar omgingen. De uitkomst was helder: de arbeidsrelatie kwalificeerde als een overeenkomst van opdracht en niet als arbeidsovereenkomst.
De juriste werkte volledig naar eigen inzicht, met haar eigen, op zelfgekozen tijden en locaties, inclusief haar woning in. CDG had geen zeggenschap over hoe en wanneer zij werkte, zij werkte voor andere opdrachtgevers en gedroeg zich als een commercieel ondernemer in het economische verkeer. Haar juridische werk raakte bovendien niet aan de kernactiviteit van een tandartsenconcern. De sociale integratie, het e-mailadres en de bedrijfsfeesten wogen onvoldoende zwaar om te spreken van een arbeidsovereenkomst.
Hoewel alle arbeidsrechtelijke vorderingen werden afgewezen, matigde de rechter de contractuele boete naar € 3.000,-, omdat een boetebeding geen buitensporig resultaat mag opleveren in verhouding tot de werkelijke schade. Na verrekening moest CDG per saldo € 13.783,91 betalen.
Belangrijkste lessen voor MKB-ondernemers
De rechter kijkt niet naar de naam boven de overeenkomst, maar naar de werkelijkheid van alledag. Een zzp-constructie is geen label dat u veiligheid geeft zolang de dagelijkse praktijk eruitziet als loondienst. Omgekeerd: als de samenwerking daadwerkelijk vrij, zelfstandig en commercieel is, houdt die constructie stand voor de rechter.
Juist nu is dit meer dan ooit relevant. De zogenoemde zachte landing, de periode waarin de Belastingdienst terughoudend handhaafde op schijnzelfstandigheid, eindigt per 1 januari 2027. Vanaf dat moment handhaaft de Belastingdienst volledig, wat betekent dat u als opdrachtgever bij een verkeerde kwalificatie alsnog geconfronteerd kunt worden met naheffingen loonheffingen en boetes. Het toetsingskader is daarbij nog steeds het Deliveroo-arrest. Er is vooralsnog geen nieuwe wet of andere maatstaf die dat heeft vervangen. De vraag die de rechter en de Belastingdienst stellen, is dezelfde: hoe zag de samenwerking er in de praktijk werkelijk uit?
Dat vraagt van MKB-ondernemers twee dingen. Ten eerste eerlijkheid over de eigen constructies. Werkt iemand feitelijk als werknemer, met vaste tijden, directe aansturing en geen andere opdrachtgevers, dan is een zzp-overeenkomst niet houdbaar, hoe zorgvuldig ook opgesteld. Ten tweede: wie werkt met zelfstandigen die een centrale rol vervullen in de organisatie, doet er verstandig aan de komende maanden te beoordelen of die samenwerking de Deliveroo-toets doorstaat. Niet als administratieve exercitie, maar als serieuze risicoanalyse.
Heeft u daarbij juridische ondersteuning nodig? Neem dan gerust contact op met de Wet DBA-experts van The Legal Company via info@thelegalcompany.nl of 020 345 0152.
Blog van onze ondernemingsjurist mr. Niels Terlouw.