9 september 2026

Als u uw bedrijf verkoopt maar aandeelhouder blijft: zo kan het grondig misgaan

Stelt u zich eens voor: u werkt al jaren met dezelfde zelfstandige. Hij stuurt facturen, factureert btw en heeft een eigen kvk-nummer. Toch krijgt u in 2026 ineens vragen van de Belastingdienst over de aard van uw samenwerking. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Stel: u heeft jarenlang gebouwd aan uw onderneming, verkoopt die uiteindelijk, maar houdt nog een minderheidsbelang. U denkt dat de aandeelhoudersovereenkomst u beschermt als het later mis gaat. Maar dan verslechtert de verhouding met uw medeaandeelhouders, en blijkt die bescherming slechts papier te zijn. Een recente uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2026:1603) laat zien hoe snel dat kan gebeuren, en welke lessen u als MKB-ondernemer hieruit trekt.

De aanleiding: een overname met een staartje

De zaak draait om de oprichter van een grote GGZ-instelling die zijn onderneming had verkocht maar nog indirect 15% van de aandelen hield. Bij de overname was een vrijwaring afgesproken: de verkoper zou opdraaien voor terugvorderingen van zorgverzekeraars wegens omzetoverschrijdingen van vóór de transactie. Die terugvorderingen kwamen er inderdaad, waarna de vennootschap in liquiditeitsproblemen belandde.

Maar de verkoper, inmiddels minderheidsaandeelhouder, weigerde haar vrijwaringsverplichting na te komen. Vervolgens vroeg een aan haar gelieerde verhuurder het faillissement aan van de werkmaatschappij, vanwege een huurachterstand die mede door diezelfde niet-nakoming was ontstaan. De instelling werd zo speelbal in een aandeelhoudersconflict, terwijl honderden patiënten van haar afhankelijk waren.

Oordeel Ondernemingskamer; uitstoting en bad-leaver prijs

De overige aandeelhouders verzochten de Ondernemingskamer om uitstoting: een maatregel waarbij een aandeelhouder door de rechter wordt verplicht zijn aandelen te verkopen, omdat zijn gedrag het vennootschappelijk belang ernstig schaadt. De minderheidsaandeelhouder probeerde dit te blokkeren door te wijzen op de eigen geschillenregeling in de aandeelhoudersovereenkomst. De wet bepaalt namelijk dat zo’n eigen regeling de gang naar de Ondernemingskamer kan blokkeren, maar dan moet die regeling wel volledig zijn.

Dat was hier het probleem. De overeenkomst kende wel een aanbiedingsplicht (de aandeelhouder moest haar aandelen aanbieden), maar geen afnameplicht. De andere aandeelhouders waren dus niet verplicht die aandelen ook af te nemen. Zonder afnameplicht is overdracht niet gewaarborgd, en daarmee voldeed de regeling niet aan de wettelijke eisen. De gang naar de Ondernemingskamer stond gewoon open.

Inhoudelijk was het oordeel streng. Door de vrijwaring bewust niet na te komen en vervolgens via een gelieerde vennootschap het faillissement aan te vragen, handelde de aandeelhouder in strijd met de redelijkheid en billijkheid die aandeelhouders jegens de vennootschap en elkaar in acht moeten nemen.

Voor de prijs gold de bad leaver-regeling uit de overeenkomst: 20% van de marktwaarde. Dat is een korting van 80% op de werkelijke waarde van de aandelen. De rechter kon de prijs zelf berekenen aan de hand van de waarderingsformule in de overeenkomst en hoefde geen externe deskundige te benoemen.

Belangrijke lessen voor MKB-ondernemers

Deze uitspraak bevat een aantal concrete lessen voor MKB-ondernemers die te maken krijgen met een overname.

Een sluitende aandeelhoudersovereenkomst is geen luxe. Een aanbiedingsplicht zonder afnameplicht is een half instrument. Zorg dat uw overeenkomst beide bevat, een werkbare termijn voor overdracht heeft, en een redelijke prijsmaatstaf kent. Ontbreekt een van die elementen, dan heeft u feitelijk geen werkende eigen regeling.

Begrijp uw bad leaver-bepalingen vóór u tekent. Een korting van 80% op de werkelijke waarde is geen uitzondering; het is een reëel risico als u niet weet wat als bad leaver-gedrag kwalificeert en welke prijsconsequenties dat heeft.

Neem vrijwaringen serieus. Voor de koper is een vrijwaring een cruciale bescherming tegen risico’s uit het verleden van de onderneming. Voor de verkoper is het een reële financiële verplichting. Zorg dat de reikwijdte en de grenzen helder zijn vastgelegd.

Overnames zijn zelden zo eenvoudig als ze bij de handtekening lijken. De periode erna, zeker als u aandeelhouder blijft, vraagt om heldere afspraken en juridische begeleiding die verder kijkt dan de sluitingsdatum. Deze uitspraak is een herinnering dat halfslachtige contracten u in een positie kunnen brengen die u nooit had gewild.

Heeft u hierbij juridische begeleiding nodig, neem dan gerust contact met de ondernemingsjuristen van The Legal Company op via info@thelegalcompany.nl of 020-3450152.

Blog van onze ondernemingsrecht expert mr Niels Terlouw.

De afgelopen jaren stonden in het teken van de Wet VBAR, het wetsvoorstel dat een einde moest maken aan onduidelijkheid over de zzp’er. Het kabinet heeft delen van dat voorstel inmiddels geschrapt. Op het eerste gezicht is dat goed nieuws: minder regels, minder administratieve last. Maar in de praktijk blijven dezelfde toetsen overeind.

“De inhoud van de samenwerking is leidend, niet wat er op papier staat.”

De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. En recente uitspraken van de Hoge Raad bevestigen dat rechters strikt toetsen of er sprake is van ondergeschiktheid en gezagsverhouding.

Voor uw praktijk betekent dit drie dingen. Een: leg de samenwerking duidelijk vast, met aandacht voor de inhoud. Twee: voorkom dat een zzp’er feitelijk werkt als werknemer. Drie: wees voorbereid op een controle, en weet hoe u de relatie kunt herzien als dat moet.

Heeft u vragen over uw concrete situatie? Wij sparren dagelijks met opdrachtgevers over hun zzp-relaties. Vraag een offerte op of bekijk onze Legal Safe abonnementen.

mr. Hella Vercammen
mr. Puck de Jong
mr. Bente Brouwer
mr. Niels Terlouw

Verder lezen