De Helpling zaak: juridisch nader bekeken

“Regeling dienstverlening aan huis” compleet over het hoofd gezien. Helpling is niet de werkgever in dit verhaal, dit is de particuliere huishouding!

Op 1 juli 2019 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak die FNV had aangespannen tegen deze online speler. Het online schoonmaak-platform Helpling exploiteert een platform dat bemiddelt tussen werkzoekende dienstverleners aan huis (waaronder schoonmakers) en particuliere huishoudens.

FNV was van mening dat sprake was van een arbeidsovereenkomst c.q. een uitzendovereenkomst tussen de bemiddelde schoonmaakster en Helpling. Daarom moest de bemiddelde schoonmaakster volgens FNV loon doorbetaald krijgen tijdens ziekte. Ook meende FNV dat Helpling een uitzendbureau was dat onder de strikte regels van de Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) zou vallen. Hoe het juridisch nou echt in elkaar steekt, blijkt toch weer heel anders te zijn dan iedereen dacht.

Uitkomst van de zaak: Helpling is niet de werkgever

Allereerst valt de uitkomst van deze zaak Helpling niet tegen. Helpling kan namelijk niet gekwalificeerd worden als werkgever en hoeft de schoonmakers dus niet in dienst te nemen. Zij hoeft hen dus ook niet volgens de Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf uit te betalen. Dat zou echt haar hele business model op zijn kop hebben gezet.

Helpling voert succesvol aan dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, omdat er geen gezag is. Helpling heeft namelijk niet de bevoegdheid om instructies of aanwijzingen te geven bij de uitvoering van het werk. Daar komt bij dat het de schoonmaker vrij staat om een aanbod van een klant al dan niet te accepteren of met de klant af te spreken dat de werkzaamheden op een ander moment worden uitgevoerd. Nu er geen arbeidsovereenkomst bestaat, kan er volgens de rechter ook geen sprake zijn van een uitzendovereenkomst en valt Helpling ook niet onder de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf.

Helpling is arbeidsbemiddelaar

Helping kan volgens de rechter wel geduid worden als arbeidsbemiddelaar in de zin van artikel 1 lid 1 sub b van de Waadi. Zij bemiddelt tussen de werkzoekende huishoudelijke dienstverleners en de particuliere huishoudens. De particuliere huishoudens zijn daarbij de opdrachtgever en Helpling de opdrachtnemer (zijnde de arbeidsbemiddelaar). De werkzoekende schoonmaker is de “derde” die bemiddeld wordt.

Wie betaalt nu voor de arbeidsbemiddeling?

Conform het betaalverbod van artikel 3 lid 1 van de WAADI moeten de particuliere huishoudens betalen voor die bemiddeling en mag geen tegenprestatie bedongen worden van de werkzoekende schoonmaker. Om die reden mag Helpling niet langer een procentuele vergoeding van minimaal 23% vragen van schoonmakers die de Helpling website gebruiken. Het kan zijn dat Helpling met een abonnementensysteem komt voor de particuliere opdrachtgevers, in plaats van te moeten afrekenen per keer dat er is schoongemaakt. Dit business model moet Helpling binnen nu en een maand aangepast hebben.

Gebruiksovereenkomst tussen Helpling – schoonmaker

Helpling biedt de schoonmaker volgens de rechtbank slechts ‘de faciliteiten’ aan om de werkzaamheden goed en eenvoudig af te stemmen en uit te kunnen voeren. Volgens Helpling dient zij eerder als een ‘datumprikker’ te worden beschouwd. De Rechtbank duidt de overeenkomst tussen de schoonmaker en Helpling daarom ook slechts als een gebruikersovereenkomst van het platform naar de werkzoekende.

Is particuliere huishouden werkgever of opdrachtgever van de schoonmakers?

De juridische hamvraag waar deze hele zaak feitelijk om draaide was de volgende: “Hoe moet de relatie tussen de schoonmakers en de particuliere huishouding juridisch gezien gekwalificeerd worden? Is er sprake van opdrachtgever- en opdrachtnemerschap of is er sprake van een dienstverband en werkgever- en werknemerschap?

Met name deze rechtsvraag wordt door de Amsterdamse rechter beantwoordt om alle misverstanden in deze zaak uit de weg te ruimen.

De media legt alle aandacht op de commissie die voor de bemiddeling betaalt moet worden en dat dit niet meer van het loon mag worden afgetrokken. Juridisch bekeken is dat eigenlijk maar ondergeschikt aan de daadwerkelijke onderhavige uitkomst van deze zaak.

Regeling dienstverlening aan huis

Wat de FNV volledig over het hoofd heeft gezien is dat de “Regeling dienstverlening aan huis” van toepassing is op de relatie tussen de schoonmaker en het particuliere huishouden. Hierdoor is in één klap de hele inhoudelijke discussie over een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmaker irrelevant.

De Regeling “Dienstverlening aan huis” kwalificeert namelijk de relatie tussen de particuliere huishouding en de schoonmaker heel duidelijk als een (speciale vorm) arbeidsovereenkomst. Zeg maar een light variant van de gewone arbeidsovereenkomst. Dit omdat een particulier nou eenmaal geen ondernemer is. De rijksoverheid heeft daartoe zelfs een model voor ter beschikking gesteld: Model Arbeidscontract hulp in huis.

Deze regeling stelt particulier huishoudelijk personeel vrij van allerlei verplichtingen, zoals het uitbetalen van loon tijdens ziekte, de afdracht van sociale lasten of de deelname aan een cao. Echter, er zijn ook wel wat verplichtingen.

Deze regeling is ooit bedacht om het (gedeeltelijk) zwartwerken binnen de thuisschoonmaak tegen te gaan. Uiteraard heeft de rechtbank daarom ook de positieve effecten van de diensten van Helpling daarop niet uit het oog verloren en heeft zij mijns inziens een zeer juiste uitspraak gedaan.

Verschil met Uber, Deliveroo en Picnic

Het grote verschil met de zaken die de FNV eerder startte tegen andere grote onlinespelers als Picnic (boodschappen) en Deliveroo (maaltijden) is dat de Regeling dienstverlening aan huis in die gevallen niet van toepassing is verklaard. Er komt dus gelukkig geen arbeidsovereenkomst tot stand tussen jou en de boodschappen- of maaltijdenbezorger als je boodschappen of maaltijden online bestelt. Stel je eens voor…

 

Helping kleurde net buiten de lijntjes

De juridische relevantie van deze uitspraak is groot, aangezien we in een tijd leven waarin deze invloedrijke online platforms de bestaande business modellen op hun kop zetten. De vraag is of dit nu ook verder effect gaat hebben voor de schoonmaakbranche.

Wat we soms zien is dat deze start-ups te veel out of the box gaan en daarbij wettelijke regels overtreden. Soms zoeken ze het randje op en kleuren ze net buiten de lijntjes, zoals Helpling.  Immers, ze is dan wel geen werkgever maar ze moet wel haar eigen business model aanpassen door de commissie-inkomsten te verleggen naar de particulier. Juridische regels checken en naleven (compliance) blijft dus enorm belangrijk, gelukkig ook voor deze nieuwkomers.

Zal Helping bestaande business model in B2B schoonmaak op zijn kop zetten?

Of deze uitspraak nog gevolgen gaat voor de bestaande businessmodellen van Schoonmaakbedrijven, die puur werkzaam zijn voor de zakelijke markt (B2B), is de vraag.

De schoonmaakdiensten voor particuliere huishoudens via Helpling zullen waarschijnlijk duurder worden door deze uitspraak, wellicht te duur. Het kan zijn dat Helpling hierdoor besluit om haar business model te verschuiven naar bemiddeling tussen zelfstandig werkende schoonmakers en zakelijke opdrachtgevers. Immers die kunnen meer betalen dan particulieren. Mocht Helpling dat doen dan zal de regeling ‘Dienstverlening aan huis’ haar niet meer helpen met de light variant van een arbeidsovereenkomst. Dit zal voor Helpling hier geen concurrentievoordeel (vervalsing) opleveren.

Of de rechter dan nog steeds concludeert dat er geen (gewone) arbeidsovereenkomst ontstaat tussen de ZZP-schoonmaker enerzijds en Helpling of de zakelijke opdrachtgevers anderzijds, blijft nog de vraag. In elk geval is het zo dat als de nieuwe ZZP-regeling (thans in behandeling in Tweede Kamer) ergens in 2021 in werking treedt, de ZZP-schoonmaker minimaal tussen de 15 en 18 euro zal moeten verdienen om een arbeidsovereenkomst vanwege een te laag tarief (ALT) te voorkomen. Is het uurtarief te laag dan ontstaat de plicht om de ALT aan te bieden. Weinig discussie meer mogelijk dan. De vraag is dan alleen nog wie wordt dan de werkgever wordt, de opdrachtgever of Helpling? Kortom nog te veel onzekerheden lijkt mij voor Helpling om de zakelijke markt te gaan betreden.

Indien u vragen heeft over het voorgaande of juridische ondersteuning nodig heeft op het arbeidsrechtelijke vlak, neem dan contact op met hvercammen@thelegalcompany.nl of bel ons op 020-3450152.