Wet Werk en Zekerheid helpen MKB en werknemer niet verder.

Het voorstel Wet Werk en Zekerheid van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kreeg gisteren ruime steun van de Tweede Kamer met een aantal wijzigingen. Behandeling in Eerste Kamer volgt nu.

 

De sleutelpositie van het MKB wordt vergeten.

 

Minister Asscher is blij met de ruime steun omdat deze wet zorgt dat werknemers vast en flex een betere positie krijgen en weerbaar worden gemaakt in een snel veranderende arbeidsmarkt. Werknemers met tijdelijke en flexibele contracten kunnen eerder doorstromen naar een vast contract en kunnen dan weer huizen kopen een duurzame bestedingen doen zoals een auto kopen…. Krijg even weer een Rutte Flashback. Echter ze vergeten wel dat de sleutel daartoe de werkgever is en niet in de laatste plaats de MKB werkgever. Die zullen toch ook weer de drempel over moeten om de werknemer die vastigheid te bieden. Die drempel wordt nu alleen maar hoger in mijn ogen want wat let de MKB werkgever om nu nog meer te gaan samenwerken met ZZP-ers en uitzendkrachten. Immers vaste contracten zijn sneller aan de orden en betekenen nog steeds fors hogere lasten aan loonbelasting, sociale verzekeringspremies en pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringspremies. Dat heb je bij een ZZP-er (en uitzendkracht in mindere mate) allemaal niet. Hoezo gaat de (flex) werknemer erop vooruit in werkgelegenheid als de MKB werkgever er niet voor gaat kiezen? Het zal mij benieuwen.

In grote lijnen komt het wetsvoorstel neer op:

Flex-werkers

De laatste wijziging met betrekking tot de ketenbepaling wordt uitgesteld met een jaar, dus de regeling start nu pas vanaf 1 juli 2015 in plaats van 1 juli 2014. Deze wijziging houdt in dat werknemers niet na drie jaar, zoals nu, maar al na twee jaar aanspraak kunnen maken op een vast contract. Dit om te voorkomen dat werknemers te lang en tegen hun zin op opeenvolgende tijdelijke contracten voor dezelfde werkgever werken.

Oneigenlijk gebruik van flexibele arbeidsvormen wordt aangepakt: er komt een betere ontslagbescherming voor werknemers die via payrolling werken en het langdurig gebruik van nul-urencontracten wordt beperkt. In de zorg is dit helemaal verboden.

Ontslag routes

De preventieve ontslagtoets blijft en er komt  een vast voorgeschreven route: ontslag om bedrijfseconomische reden en wegens langdurige arbeidsongeschiktheid gaan via het UWV en ontslag om persoonlijke redenen gaat via de kantonrechter. De procedures zullen minder tijd kosten. Nu krijgt de ene werknemer, via de kantonrechter, een gouden handdruk, terwijl de andere werknemer, via het UWV, zonder vergoeding op straat komt te staan. Dat verschil komt te vervallen.

Transitievergoeding

Alle werknemers krijgen na een arbeidsovereenkomst van ten minste twee jaar recht op deze vergoeding die gebruikt kan worden voor scholing en om over te stappen naar een andere baan of een ander beroep. Voor de kleine bedrijven (< 25 werknemers) komt een overgangstermijn, zij mogen tot 2020 een lagere ontslagvergoeding betalen als zij personeel gedwongen moeten ontslaan vanwege een slechte financiële situatie. De vergoeding wordt maximaal € 75.000, en maximaal een jaarsalaris voor mensen die meer verdienen dan € 75.000 per jaar.

Zie voor uitgebreide informatie over deze regelingen op ons kennis platform www.hetnieuwearbeidsrecht.nl.

Binnenkort komen we met een zelfkennis test voor het MKB ter voorbereiding op deze wetgeving!

Heeft u vragen of lopende arbeidsrechtelijke issues of vragen, neem dan gerust contact met mij op