Ontslag: gebruik geen internetmodellen!!

Ontslag

Het is geen preek voor eigen parochie maar sluit liever geen beëindigingsovereenkomst met werknemer
zonder jurist m.b.v. modelletjes van internet! Meestal willen werkgevers vanuit kostenoogpunt geen juristen inhuren om met een werknemer het einde van de arbeidsovereenkomst te regelen. Uit een recente uitspraken van rechters is wederom gebleken dat dit in het nadeel uitwerkt van de werkgever. Hoewel de meeste werkgevers denken dat het inhuren van juristen polariserend en kostenverhogend werkt, is het tegendeel waar.
We geven twee voorbeelden. Ten eerste is onlangs weer gebleken uit de uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden van 10 oktober 12 dat als er géén jurist betrokken is bij het opstellen van een vaststellingsovereenkomst én er sprake is van een onjuiste juridische formulering van het finale kwijtingsbeding, het concurrentiebeding en relatiebeding ook vervallen door de finale kwijting die standaard in de beëindigingsovereenkomst is opgenomen.

Ten tweede is gebleken uit de uitspraak van de Hoge Raad van 2 november 2012 dat als een werknemer pas na het sluiten van de beëindigingsovereenkomst ontdekt dat bijv. zijn optierechten zijn vervallen, dit weer niet onder de finale kwijting valt. Deze zaak ging over de vraag of dat de werkgever gehouden is de optieschade aan werknemer te vergoeden naast de betaling van de ontslagvergoeding van € 628.965,- bruto. Het ging hier om de vice-president van de ABN AMRO. Op basis van deze zaak is geconcludeerd dat op de werkgever een vergaande mededelingsplicht richting de werknemer rust om deze te informeren over het verval van zijn rechten, in dit geval optierechten. Dit vanwege de omstandigheid dat de werkgever erop aandringt geen advocaten in te schakelen én het ging om een beëindigingsovereenkomst welke “lijvig en niet tot lezing uitnodigend document” betreft welke niet nog meer zaken niet had beschreven en dus niet alles omvattend was. De mededelingsplicht die hier uit voortvloeide baseert de HR op “goed werkgeverschap” ex 7:611 BW.

Last but not least zijn er een hoop juridische aspecten waarvoor gespecialiseerde en actuele kennis nodig is om de onderhandelingen te kunnen voeren en met alle gevolgen overziend de juiste elementen te regelen. Zo is er bijvoorbeeld net bekend geworden dat er hoogst waarschijnlijk sprake is van het verval van de aftrekmogelijkheid van een maand van de fictieve opzegtermijn bij pro forma ontslag via de kantonrechter m.i.v. 1 januari 2013! De fictieve opzegtermijn is het uitgangspunt voor de berekening van de ingangsdatum van de WW en vaak de gekozen einddatum van de arbeidsovereenkomst. Als je dat niet weet en de werknemer wordt ontslagen op een datum waarop deze dus nóg geen WW ontvangt, dan kan deze de beëindigingsovereenkomst achteraf aantasten op grond van dwaling! Ook dus een eventueel los eindje.

Advies:

Ter voorkoming van losse eindjes is het van belang om een helder geformuleerde, alles omvattende vaststellingsovereenkomst op te laten stellen door juristen aan beide zijden. Dit om dure procedures daarna te voorkomen. TLC is expert in het opstellen van beëindigingsovereenkomsten (vaststellingsovereenkomsten ex 7:900 BW) met werknemers. Wij kunnen u helpen met de onderhandelingen én het formaliseren van het ontslag met uw werknemers!